Gedachten over het Zenboeddhisme
door Bob van Dijk
De reden, waarom dit onderwerp in 1999
bij ons op de agenda werd gezet, was
gelegen in het verontrustende feit dat Zen in zoveel katholieke kloosters wordt
gepraktiseerd. Ongeveer vijf jaar daarvoor had Fons Joosten een gesprek
met de abt van het klooster van de Cisterciënzers in Zundert, Jeroen Witkamp,
deze vond dat yoga en zen in het klooster maar gewoon moest kunnen. Die politiek
bleek echter ook binnen het klooster tot spanningen te leiden (Jan Bomans). Maar
de monniken zijn gehoorzaamheid verschuldigd aan hun abt, en daarom komen die
problemen niet licht naar buiten. Maar wat is Zenboeddhisme eigenlijk en waarom
heeft het zo’n ingang en hoe moeten we het beoordelen vanuit het christelijk
geloof?
Zen is het Japanse woord voor 'meditatie'. Zen is voortgekomen uit het
Boeddhisme, en deze religie is in de 6de eeuw vóór Christus gesticht door
Siddharta Gautama. Hij leefde in het gebied dat nu Nepal heet. Hij werd
mysticus, en noemde zich de Boeddha (= de Verlichte). In de 6de eeuw na Christus
is het Boeddhisme overgebracht naar China, daar vermengd met het Taoïsme, en
heet dan Zenboeddhisme. In de 12de eeuw vindt dit ingang in Japan.
Zen leert dat de mens zich moet richten naar de bewegingen van zijn natuur,
zoals een bal elke beweging van het water meemaakt. Zen wijst de puur
verstandelijke benadering van de werkelijkheid af. De mens moet 'leeg' worden;
weten is weten dat men niet weet. "Wanneer de mens 'leeg' is, vind de kracht van
het leven zijn weg in ons".
Zen werd populair in het Westen ten tijde van de hippiecultuur in de jaren '60.
(Zie ook lezing over Findhorn.)
Bepalend is je vertrekpunt op het geestelijke
pad. Als je een religieus mens bent, op zoek naar de antwoorden op de grote
levensvragen, en je weet niets van het Christendom, dan kan Zen je verder helpen
dan wanneer je helemaal geen religie zou hebben.
Zenboeddhisten zijn mensen die nadenken, die observeren, die mediteren, die aan
contemplatie doen, die zichzelf willen leren kennen en die daarin een stap
verder komen. Zen gaat over de synthese tussen Ratio en Intuïtie. Als je over
Zen gaat praten, dan praat je over mystiek.
Vanuit dat denken kom je bij de vraag: wat is dan christelijke meditatie? En wat
is christelijke mystiek? Als je Christus kent, en je gaat dan naar Zen kijken,
dan komt het vooral over als een methode van observeren. Zenboeddhisten staan
erg open voor de werkelijkheid van de dingen; ze vluchten niet weg uit de
wereld. Door hun observaties worden de gewoonste dingen tot iets buitengewoons,
en dat alleen al leidt tot "bewustzijnsverruiming". Er gebeurt iets, wat de
westerse mens nauwelijks kent, en wat aantrekkelijk is: je dagelijks leven komt
in een ander daglicht te staan. Als zodanig is het een truc om tot rust te
komen. En tot dan is er niks mis mee.
Maar dit denken kan ontsporen tot absurditeit en waanzin. Dan krijg je dezelfde
effecten als bij House en drugs. In Zen zoekt men bevrijding, en men bereikt het
daar via 'de leegte'. Zen wil de mens losmaken van datgene, waar hij aan vast
zit. Dat gaat gepaard met illusie en manipulatie, en kan zelfs tot absurditeiten
leiden, zoals in een bekende spreuk uit Zen: “Klap eens in je handen, en vraag
dan: wat is het geluid van één hand?” Het wil daarmee bepaalde vastgeroeste
gedachtepatronen doorbreken.
Door het observeren en mediteren is Zen voor een aantal mensen een leidraad
geworden, met een eigen cultuur. We vinden deze benaderingen met name in de
sport en in de kunst.
Zen-inzichten ontstaan uitsluitend door individuele ervaring. Dat is tegelijk
ook de armoede van Zen. Wij kunnen elkaar iets uitleggen en samen beleven. Maar
als je naar de Japanners kijkt, dan zie je allemaal eilandjes: ze hebben elkaar
niks te vertellen, ze hebben alleen hun eigen ervaringen.
Christenen kunnen het kwaad in de wereld verklaren omdat Gods
tegenstander hier nog wat ruimte krijgt. Zen kan dat niet, omdat het geen
sluitend rationeel denken is dat een eenheid vormt. Zen is anti-intellectueel,
irrationeel, en dat maakt het erg eng.
Voordat je tot besef of tot ruimer bewustzijn kunt komen, moet je eerst loskomen
van jezelf. En dat wordt door Zen bewerkt. Boeddhisme heeft een groot respect
voor het leven, voor de natuur, en dat aspect werkt natuurlijk ook mee om het in
het Westen aanvaardbaar te maken. Op z'n best kan Zen voor ons de weg banen naar
een dieper bewustzijn. Maar de rest, met name je bevrijding, moet je vervolgens
zelf realiseren.
Zen maakt gebruikt van twee tegengestelde vormen van kennis: logica en intuïtie.
* Ratio maakt gebruik van taal; de regels daarvan kunnen worden onderwezen.
* Dat is anders bij intuïtieve kennis of gnosis. Deze ligt in ons
onderbewustzijn verscholen en gaat woorden te boven. Dit intuïtieve denken kan
men niet leren, het is een persoonlijke ervaring, en die is niet overdraagbaar.
Zen is een manier om dit verborgen gedeelte van de menselijke persoonlijkheid
toch te bereiken. Een aantal technieken hiervoor zijn overgenomen uit het
Boeddhisme, andere komen uit het Taoïsme. De bedoeling van dit alles is de
intuïtieve verwerkelijking van dit ene, grote, allesomvattende inzicht: dat wij,
en de wereld rondom ons, één geheel vormen.
Maar hoe beleven wij, christenen, ons 'zijn' in de wereld? Ons leven is vaak zo
gefragmenteerd, in stukjes opgedeeld. Hebben wij desondanks een bewustzijn dat
wij leven 'in relatie met' anderen en met de wereld? Dat wij een onderdeel zijn
van een groter geheel? Als wij ons altijd en overal in relatie weten tot God,
dan is dat in feite ook een vorm van bewustzijn.
Het cruciale verschil daarbij is ons zelfverstaan. Deze wordt namelijk begrepen
vanuit een persoonlijke en morele verbondsrelatie in Christus.
Waar Jezus komt worden de dingen op hun kop gezet. Jezus helpt mensen om hun
situatie te overzien, om er als het ware vanuit een helikopter van bovenaf naar
te kijken. In het bos verdwaal je, maar als je erboven hangt kun je zien in
welke richting een uitweg gevonden kan worden.
Zen wil datzelfde bereiken door de drukte van het leven vanaf de zijlijn te gaan
observeren. Een gebed als samenspraak kent het Boeddhisme niet. Er is alleen
jijzelf, en dan kom je ook heel anders uit. Dan komt die dimensie van 'leegte'
naar voren. En je ervaart misschien een euforisch gevoel als ook die 'leegte'
jou niet meer raakt.
Dat is de ontdekking van de mensen in Zen, die door die 'leegte' zijn
heengegaan, en die dat ene euforische moment van inzicht hebben ervaren. Om
daarna te ontdekken dat er niets te realiseren is.
Wat je in Zen met al dat observeren toch bereikt, is dat er een uitbreiding komt
van je bewustzijn. Je hebt iets echt 'gezien' en er niet alleen maar naar
gekeken. Je hebt iets echt doorleefd. Als het overbodig is om gehecht te zijn
aan iets, dan ontstaat er een gevoel van vrijheid. Dat weet Zen wel te bereiken.
Dat is, menselijk gezien, winst.
Voor mensen die in Zen zitten is het van belang om zich zo neutraal mogelijk op
te stellen. Afstandelijk. Met een ietwat neerbuigende houding jegens
andersdenkenden. Want dat geeft bescherming. Men houdt zich zoveel mogelijk op
de vlakte. Dat is de keerzijde van de oosterse vriendelijkheid. Hulp van anderen
zal zoveel mogelijk worden afgewezen, omdat men zich daardoor kwetsbaar en
afhankelijk voelt. Maar ook als de idealen van geluk en rijkdom ontbreken
aanvaardt men dat zonder meer, omdat men een grote waarde toekent aan het
onthechten. Zo kun je bewijzen dat je van menselijke bindingen verlost bent.
Zelfs in omstandigheden van pijn en verdriet zal de oosterling een glimlach op
het gezicht houden, om de eigen gevoelens maar niet naar buiten toe te hoeven
tonen. Om de indruk te wekken dat men zichzelf en de situatie geheel onder
controle heeft.
© Interkerkelijke werkgroep "Bijbel of New age" - http://bijbelofnewage.info