
Op zoek naar het oorspronkelijke christendom
Feit en fictie in De Da Vinci Code en de moderne gnostiek
Dit belangwekkende boek van Martie Dieperink is in januari 2007 verschenenen bij Uitgeverij Boekencentrum
In onze tijd liggen de kerk en het traditionele christendom zwaar onder vuur. Dat gebeurt in romans als De Da Vinci Code, maar ook door auteurs als Elaine Pagels, Jacob Slavenburg en Willem Glaudemans. Wat hen allen bindt, is de sympathie voor de gnostiek. Dit staat voor een tolerante en vrouwvriendelijke vorm van spiritualiteit, met weinig nadruk op dogma’s en instituten.
Deze neognostische geluiden zaaien veel verwarring onder christenen. Velen voelen zich er door aangesproken en bezoeken de lezingen van moderne gnostici, of lezen hun geschriften. Anderen zijn het beslist niet eens met de neognostiek, maar weten dit niet altijd helder te verwoorden.
In dit boek schept de theologe Martie Dieperink helderheid over de oorsprong en de achtergrond van de neognostiek. Haar diepgaande kennis
van deze
stroming en de historie ervan, stellen haar in staat feit en fictie te
scheiden. Zo zoekt ze antwoord op de vraag waar het oorspronkelijke
christendom te vinden is, in de gnostiek of in de kerk. Een bijzonder
verhelderend en leerzaam boek over een van de snelst groeiende religieuze
stromingen van de 21e eeuw.
Drs. Martie
Dieperink is theologe en publiciste. Zij publiceerde met name over New Age
en andere religies.
ISBN 90 239 2162 3
Ca. 200 blz.
Prijs ca. € 17,90
Inleiding
In onze tijd wordt de kerk die het traditionele christendom verkondigt, enorm onder vuur genomen. In De Da Vinci Code gebeurt dat in romanvorm door te suggereren dat de kerk de waarheid heeft verzwegen over Jezus en zijn vroegste volgelingen. De Canadese journalist Tom Harpur heeft, zo lezen we op de achterflap van zijn boek De ‘heidense Christus’, een bom onder het instituut kerk gelegd met zijn stelling dat Jezus nooit geleefd heeft. Het traditionele geloof dat Jezus de Zoon van God en de Verlosser is, wordt bestreden. Prof. Elaine Pagels, die in Amerika de gnostiek voor het grote publiek toegankelijk heeft gemaakt, beschouwt Jezus als een gnostische mysticus. Moderne gnostici, alsook sympathisanten van de gnostiek – gemakshalve noemen wij hen allen neognostici – beweren dat de kerk ten onrechte de mens Jezus tot God heeft verheven en de waarheid over de innerlijke Christus heeft verzwegen. Zo zou het Evangelie zijn vervalst. Alternatieve, zogenaamde ‘gnostische’ evangeliën zouden betrouwbaarder zijn dan de bijbelse evangeliën.
Grote waarde wordt
gehecht aan de gnostische geschriften die eind december 1945 in het
Egyptische plaatsje Nag Hammadi zijn gevonden. Slavenburg en Glaudemans
beweren:
“De gevonden teksten van Nag Hammadi werpen door hun aanvullend karakter een
nieuw perspectief op de ontstaansgeschiedenis van het christendom en tonen
onder andere een beeld van Jezus van Nazareth dat door de latere kerkelijke
traditie om allerlei redenen is aangetast en vervormd.”[i]
Door genoemde neognostische boeken wordt grote verwarring geschapen. Zijn we
dan altijd door de kerk bedrogen en heeft die de echte waarheid over Jezus
verzwegen? Het gaat in de strijd tussen gnostiek en de kerk niet om allerlei
kleinere verschillen die christenen onderling verdeeld kunnen houden –
daarover komen we later in dit boek ook te spreken – maar om de
fundamentele vraag wie God is en wie Jezus Christus is. Voor de gnosticus is
Jezus totaal iemand anders dan voor de orthodoxe christen. En welk
Jezusbeeld is dan het meest oorspronkelijk?
Neognostici hebben een overdreven wantrouwen
tegen historische gegevens uit de vroege kerk. Maar al te gemakkelijk worden
door hen feiten tot fictie verklaard, terwijl de eigen theorieën als feit
worden gepresenteerd. Zo schrijft Dan Brown in het voorwoord op De Da
Vinci Code:
“Alle beschrijvingen van kunstwerken, architectuur, documenten en geheime
rituelen in dit boek zijn waarheidsgetrouw.”
Maar als hij beweert:“Jezus werd pas benoemd tot de “zoon van God”, nadat er een officieel voorstel voor was ingediend en erover was gestemd door het concilie van Nicea [ten tijde van Constantijn de Grote in 325 n. Chr.]”,[ii] dan klopt dit niet met de feiten. De Romein Plinius de Jongere vermeldt in de vroege jaren van de tweede eeuw in een verslag over christenen dat Christus als een God werd beschouwd, hetgeen overeenkomt met wat we in de orthodoxe vroegchristelijke bronnen vinden. Reeds de apostel Thomas riep uit, toen hij de opgestane Heer zag: “Mijn Heer en mijn God” (Joh. 20:28).
Op tal van plaatsen in zijn boek doet Brown de waarheid geweld aan. Wie vervalst er eigenlijk? Door wie worden we in werkelijkheid bedrogen?, mogen we ons afvragen.
We hebben daarom in hun boeken nauwkeurig feit en fictie te onderscheiden. Door een grondig onderzoek van zowel de gnostiek als de vroege kerkvaders en de historische gegevens uit de vroege kerk, hopen we meer zicht te krijgen op wat er werkelijk is gebeurd en zo het oorspronkelijke Evangelie te ontdekken. Ik hoop dat de lezer even geboeid zal zijn door deze zoektocht als ikzelf.
Verschillende aspecten van deze zoektocht komen achtereenvolgens aan bod. In deel I wordt de verhouding tussen gnostiek en de kerk onderzocht. De centrale vraag is waar we het oorspronkelijke christendom vinden: in de gnostiek of in de orthodoxe kerk. In deel II wordt onderzoek gedaan naar de betrouwbaarheid van gnostische en canonieke geschriften. De grote vraag is of de gnostische evangeliën ten onrechte uit de canon zijn geweerd, zoals neognostici menen. In deel III worden verschillen tussen christenen onderling onder de loep genomen in het licht van de vroege kerkvaders. Hier staat de vraag centraal hoe we de oorspronkelijke gemeenschap kunnen herstellen.
Twee intermezzo’s gaan in op theorieën die in neognostische literatuur vaak voorkomen. De eerste theorie stelt dat het christendom van oorsprong uit Egypte stamt; de tweede dat de kerk beducht is voor het openbaar worden van het geheim van de graal. De vraag is of de kerk inderdaad de waarheid heeft verzwegen; we maken kennis met het ware geheim van het Evangelie.
In het boek zijn veel citaten opgenomen, vaak uit oorspronkelijke bronnen van (neo-) gnostici of kerkvaders. De lezer kan hierdoor in veel gevallen ook zelf zijn of haar conclusies trekken.
[i]
Nag Hammadi geschriften I,
red. Slavenburg en Glaudemans, p. 13.
[ii]
De Da Vinci Code,
p. 224
.
INHOUD
Deel
I: De gnostiek en de kerk
1. Het wezen en
de oorsprong van de gnostiek
Wat is gnosis? – Valentinus – rebellie tegen de God van het Oude Testament – geloven na Auschwitz – een rassentheorie - minachting voor christenen – ascetisme en immoreel gedrag – een gewelddadige kerk? – alleen door kennis – Sophia – dogma en ervaring – fantasie of goddelijke openbaring? – de hemelreis – ware en valse mystiek – voorlopige conclusie
2. Een botsing van geesten in de vroegchristelijke tijd
Vrije spiritualiteit en kerkelijk gezag – bisschop Polycarpus –
alleen losse groepen? – kerkgeschiedschrijver Eusebius –
gezagsdragers in de vroege kerk – de taak van de opziener – eenheid
en pluriformiteit – de apostolische traditie – voorlopige
conclusie – de strijd met Simon de tovenaar – Simon de tovenaar in
Handelingen – Simon in de pseudo-Clementijnse
litteratuur –
Simon als magiër – de geest van de antichrist – gnostische
godsbeelden bij Jung en Grün – ‘gnosis’ in de Bijbel –
de brieven
van
Paulus – Paulus over de lichamelijke opstanding – Paulus een
gnosticus? – voorlopige conclusie – geheime
leringen –
voorlopige conclusie
3. Een
neognostisch Jezusbeeld
Intermezzo 1:
4. Het
christendom van oorsprong Egyptisch?
Een doofpotaffaire? – Origenes als kroongetuige – het kruis –
Egyptologie – parallellen tussen evangeliën en
mythen – Uit Egypte
heb ik Hem geroepen – Mozes en de Pentateuch – een botsing van
geesten – de plagen –
het
scheppingsverhaal – schepping van de mens
Deel II: De
vroegchristelijke geschriften
5. Kritisch
bijbelonderzoek
De
historisch-kritische methode – Lessing – het synoptische probleem –
Bultmann en de ontmythologisering –
de vier
evangeliën authentiek?
6. Valsheid in geschrifte? Wie vervalst?
7. Het joodse oerchristendom
Een neognostische hypothese – adoptianisme – historische bronnen –
één oerchristendom – Jakobus de
rechtvaardige – de brief van
Jakobus
8. Het Evangelie van Thomas
Authentiek? – enkratitisch – gnostisch? – gnostische omvorming – de canon
9. Het Evangelie van Judas
De sekte der Kaïnieten – een moderne Kaïniet
10. Een andere
kerk?
Intermezzo 2:
11. Het geheim
van de graal
Een bloedlijn –
het heilige vrouwelijke – het ware geheim – Jezus en het Evangelie
van Lucas – getuigenissen van ex-moslims
die Jezus ontmoetten
12. Een zoektocht naar eenheid
Het probleem van de verdeeldheid – een nieuwe situatie en houding –
de uitleg van de Bijbel –
interpretatiekaders – belang
van de vroege kerkvaders
13. De doop
Kinderdoop of volwassendoop? – de doop in de vroege kerk – het bijbelse gezinsdenken – de betekenis van de doop
14. De eucharistie of het avondmaal
Lichaam en bloed
van Christus – gemeenschap met Jezus Christus – zegen door het
sacrament – de eucharistie als offer –
geloof in de aanwezigheid van de Heer
15. Sabbat of zondag?
De zondag van
heidense oorsprong? – Jezus en de sabbat – de opstanding en de
zondagviering – Jeruzalem en de oorsprong
van de zondag – Rome en de oorsprong van de zondag – anti-judaïsme?
– een nieuwe kijk op de sabbat – de zondag en de
zonverering
16. Slot: De
oorspronkelijke gemeenschap
De vroege
kerkvaders: een overzicht
Geraadpleegde
literatuur
©Interkerkelijke werkgroep "Bijbel of New age" - http://bijbelofnewage.info